ECLI:NL:HR:1999:AA2776
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrekbaarheid meewerkbeloning en reiskosten bij inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende was gehuwd in gemeenschap van goederen en kreeg voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van f 48.094. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Het Hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende stelde in cassatie twee klachten aan tegen het oordeel van het Hof.
De eerste klacht betrof de aftrekbaarheid van een bedrag van f 4.000 dat belanghebbende betaalde aan zijn echtgenote voor werkzaamheden in het kader van verhuur van onroerende zaken. Het Hof had geoordeeld dat artikel 5, lid 7, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 deze aftrek uitsloot, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit artikel geen beperking inhoudt voor aftrek van kosten die betrekking hebben op de verwerving, inning en het behoud van inkomsten uit vermogen. Daarom vernietigde de Hoge Raad dit oordeel en verwees de zaak terug voor nader onderzoek naar de reële betekenis van het meewerkcontract en de daadwerkelijke betaling.
De tweede klacht betrof de vraag of de reiskosten die belanghebbende maakte voor het bezoeken van de geestelijk gehandicapte zuster van zijn echtgenote als buitengewone lasten wegens ziekte en invaliditeit in aftrek konden worden toegelaten. Het Hof had geoordeeld dat geen sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 46, lid 3, aanhef en letter e, van de Wet. De Hoge Raad gaf een ruime uitleg aan het begrip gezamenlijke huishouding, aansluitend bij eerdere jurisprudentie, en oordeelde dat de reiskosten wel aftrekbaar zijn. Ook dit oordeel van het Hof werd vernietigd.
De Hoge Raad gelastte dat het Gerechtshof Arnhem de zaak in meervoudige kamer verder behandelt met inachtneming van dit arrest. Tevens werd bepaald dat belanghebbende het betaalde griffierecht van f 315 vergoed krijgt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar aftrekbaarheid meewerkbeloning en reiskosten.