ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3569
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek reiskosten ziekenbezoek voor niet-gezamenlijke huishouding
Belanghebbende, een gescheiden vader, bezocht zijn dochter die sinds een verkeersongeval in 2009 invalide is en verblijft in een AWBZ-instelling. Hij vorderde aftrek van reiskosten voor ziekenbezoek in zijn belastingaangifte over 2009, maar de inspecteur weigerde deze aftrek omdat hij niet voldeed aan de wettelijke voorwaarde van het voeren van een gezamenlijke huishouding met de zieke bij aanvang van de ziekte.
De rechtbank oordeelde dat hoewel belanghebbende en de moeder in dezelfde situatie verkeren wat betreft het bezoeken van hun dochter, de wetgever een redelijke en objectieve rechtvaardiging heeft om alleen personen die een gezamenlijke huishouding voeren aftrek toe te kennen. De wetgever heeft in 1990 bewust de regeling beperkt tot die groep, wat binnen de ruime beoordelingsvrijheid valt.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het recht op family life werd verworpen, omdat de belastingwetgeving het bezoekrecht niet beperkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op aftrek van reiskosten ziekenbezoek wordt ongegrond verklaard.