ECLI:NL:HR:1999:AA2836
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking aftrek kosten woningverhuur aan zoon zonder huurwaardeforfait
Belanghebbende bezat een woning in Canada die hij verhuurde aan zijn zoon, die niet als binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige werd aangemerkt. Voor het jaar 1994 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 360.698,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 346.397,--.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat een deel van de kosten, lasten en afschrijvingen niet aftrekbaar was omdat de bewoning door de zoon deels berustte op een om niet toegekend gebruiksrecht, op grond van artikel 36 lid 8 in Pro verbinding met artikel 42a lid 5 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof verwierp dit standpunt, hetgeen de Hoge Raad bevestigde.
De Hoge Raad oordeelde dat de wetsgeschiedenis geen steun biedt voor een beperking van de aftrek in situaties waarin het huurwaardeforfait niet van toepassing is, zoals bij de bewoning door de zoon in deze zaak. Ook het argument dat de lage huurprijs neerkomt op een schenking en daardoor aftrekbeperkingen zouden gelden, werd verworpen omdat de inkomsten niet hoger mogen worden gesteld dan daadwerkelijk genoten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en legde geen proceskostenveroordeling op. Er werd een recht geheven van f 340,-- aan de Staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aftrek van kosten niet beperkt wordt indien het huurwaardeforfait niet van toepassing is.