ECLI:NL:PHR:1999:AA2836
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrekbare kosten eigen woning bij buitenlandse bewoning niet van toepassing
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over de aftrek van kosten voor een in Canada gelegen woning. De belanghebbende had een woning in Canada gekocht die door zijn zoon werd bewoond, die een lage huur betaalde. De Inspecteur beperkte de aftrekbare kosten tot de ontvangen huur, omdat de huur niet reëel werd geacht en de zoon niet onder het huurwaardeforfait viel.
Het Hof verwierp deze beperking en stond volledige aftrek toe, ook als de kosten de bruto huurinkomsten overtroffen. De Hoge Raad bevestigt dat art. 36 lid 8 Wet Pro IB 1964 alleen van toepassing is als de bewoner onder het huurwaardeforfait valt, wat hier niet het geval was omdat de zoon niet binnenlandse belastingplichtige was.
De Hoge Raad wijst ook het argument af dat de aftrek beperkt zou moeten worden vanwege een vermeende bijdrage aan de woonlasten van de zoon, omdat het hier om aftrekbare kosten gaat en niet om woonlasten in de zin van art. 46 Wet Pro IB 1964. De conclusie is dat de aftrekbeperking niet geldt in grensoverschrijdende situaties waarin de bewoner buiten de Nederlandse belastingplicht valt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de aftrekbeperking van art. 36 lid 8 Wet IB 1964 wordt niet toegepast.