ECLI:NL:HR:1999:AA2854
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Hammerstein
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zelfstandigheid commanditaire vennootschap in omzetbelastingzaak
Belanghebbende liet een complex van 47 woningen bouwen en verhuurde deze, waarbij zij gebruikmaakte van een fiscale goedkeuring voor omzetbelasting. Voor exploitatie ging zij een commanditaire vennootschap (C.V.) aan met een stichting als beherend vennoot. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, met een verhoging die deels werd kwijtgescholden. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag voor zover deze betrekking had op de verhoging.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte belanghebbende met de C.V. had vereenzelvigd, omdat de C.V. een zelfstandige rechtspersoon is. Echter, de Inspecteur had subsidiar een beroep gedaan op een wetsartikel dat toepassing van omzetbelasting op de rechtshandelingen rechtvaardigt.
De Hoge Raad bevestigde dat de woningen als een algemeenheid van goederen kunnen worden aangemerkt en dat de omzetbelastingregels van toepassing zijn. Het cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en sprak het arrest uit op 1 september 1999.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toepassing van omzetbelasting op de rechtshandelingen van de commanditaire vennootschap.