ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5727
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 31 Wet op de omzetbelasting bij levering bedrijfsverzamelgebouw
Belanghebbende, een BV die een bedrijfsverzamelgebouw exploiteerde, verkocht dit gebouw aan haar aandeelhouders. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat belanghebbende niet tijdig had verzocht om vrijstelling van omzetbelasting bij levering. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting niet van toepassing is op deze levering.
Het hof onderzocht of de levering van het bedrijfsverzamelgebouw als een algemene overgang van goederen kon worden aangemerkt en of het niet-leveringsbeginsel van artikel 5, achtste lid, van de Zesde richtlijn van toepassing was. Het hof volgde het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Zita Modes en oordeelde dat de levering geen levering in de zin van artikel 31 van Pro de Wet is, omdat het een autonome economische activiteit betreft.
Het hof vernietigde de naheffingsaanslag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase. Het hof wees een redelijke vergoeding toe voor de proceskosten en griffierecht.
Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt vernietigd en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding.