ECLI:NL:HR:1999:AA2857
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting over woon-werkverkeer
Belanghebbende exploiteerde een groothandel en detailhandel in bloemen en planten en kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1990 tot en met 1992. De Inspecteur hield de aanslag na bezwaar in stand, en ook het hof bevestigde deze. Belanghebbende voerde aan dat het woon-werkverkeer met een tot het bedrijfsvermogen behorende auto als zakelijk gebruik moest worden aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door het woon-werkverkeer als privégebruik aan te merken. Volgens de Hoge Raad behoren de kosten van woon-werkverkeer tot de kosten van de onderneming en kunnen deze op grond van artikel 15 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek worden gebracht. Er is geen wettelijke bepaling die deze aftrek voor ondernemers verbiedt.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van het hof en de Inspecteur, en verminderde de naheffingsaanslag tot een bedrag van f 11,--. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, waaronder griffierechten en kosten van rechtsbijstand. Dit arrest werd op 8 september 1999 door de Hoge Raad vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot f 11,-- en het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard.