ECLI:NL:HR:1999:AA2858
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep vennootschap tegen aanslag vennootschapsbelasting 1993
X B.V. werd in 1990 opgericht met inbreng van het vermogen van commanditaire vennootschap B CV, waarbij een commanditaire vennoot aanspraken op vervroegde afschrijving had benut. Voor het jaar 1993 werd aan X B.V. een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep bij het hof werd bevestigd.
In cassatie betoogde X B.V. dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat geen recht op vervroegde afschrijving bestond voor de ingebrachte gebouwen, omdat de commanditaire vennoot deze rechten reeds had benut. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had aangenomen dat aanspraken op vervroegde afschrijving niet meer bestonden indien deze reeds fiscaal waren benut, ongeacht de toepassing van artikel 20 lid 3 van Pro het Wetboek van Koophandel.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en bevestigde dat het hof de bewijsmiddelen juist had gewaardeerd. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aanslag vennootschapsbelasting 1993 tegen X B.V.