ECLI:NL:HR:1999:AA2861
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Hammerstein
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale eenheid met juiste ingangsdatum volgens Wet op de omzetbelasting 1968
De Inspecteur gaf op 4 november 1997 een beschikking af waarbij A, B B.V. en C B.V. vanaf 1 juli 1997 als één ondernemer werden aangemerkt volgens artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat werd afgewezen. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep bij het Hof Arnhem, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het vonnis van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat de gemachtigde van belanghebbende wel degelijk op de hoogte was van de mondelinge behandeling en dat het niet verschijnen van de gemachtigde niet tot cassatie kon leiden. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat de ingangsdatum in de beschikking onjuist was vermeld, maar dat dit geen vernietiging van de beschikking rechtvaardigde omdat belanghebbende geen belang had bij deze onjuistheid.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 15 september 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking met de juiste ingangsdatum blijft van kracht.