ECLI:NL:HR:1999:AA2865
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Beukenhorst
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aftrek voor bloedafname als gift in inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van f 16.218,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Hof.
De kern van het geschil betrof de vraag of de afname van bloed door een bloedbank als een gift in de zin van artikel 47 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 kon worden aangemerkt, zodat aftrek van de waarde mogelijk zou zijn. De Hoge Raad overwoog dat voor een gift een waardeverschuiving uit het vermogen van de gever naar dat van de begiftigde vereist is.
Omdat het afgenomen bloed niet tot het vermogen van belanghebbende behoorde en hij geen recht had op vergoeding of beloning voor de bloedafname, was er geen sprake van een waardeverschuiving. Het Hof had daarom terecht geen aftrek verleend. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat geen proceskostenveroordeling op zijn plaats was.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; geen aftrek voor bloedafname als gift.