ECLI:NL:RBNHO:2021:5077
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Noord-Holland beslist over aftrekbare giften en vergrijpboete inkomstenbelasting 2016
De zaak betreft het beroep van eiser tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2016. Verweerder legde aanslagen op waarbij onder meer een gift van € 2.000 aan [D] werd afgewezen als aftrekpost en een vergrijpboete van 100% werd opgelegd wegens opzet met listigheid.
Eiser stelde dat het bedrag van € 2.000 een gift was, ondanks dat het aanvankelijk als lening was overgemaakt. De rechtbank oordeelde dat het bedrag niet als gift kon worden aangemerkt omdat het in 2017 was terugbetaald en de intentie om te schenken onvoldoende was onderbouwd. Daarentegen werden twee contante giften van € 750 en € 500 aan [D] wel aannemelijk geacht op basis van overgelegde kwitanties.
De rechtbank concludeerde dat sprake was van voorwaardelijk opzet van eiser bij het onjuist opvoeren van de lening als gift, maar dat de strafverzwarende omstandigheid van listigheid niet bewezen was. Daarom werd de boete verminderd van 100% naar 50%. Het beroep werd gegrond verklaard voor de IB/PVV aanslag en ongegrond voor de Zvw aanslag. De belastingrente en boetebeschikking werden dienovereenkomstig aangepast.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd en de vergrijpboete verlaagd naar 50%, terwijl de aanslag Zvw wordt gehandhaafd.