ECLI:NL:HR:1999:AA2883

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34749
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • De Moor
  • Van Vliet
  • Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting na beroep en cassatie

De woningstichting A te Z kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd voor het tijdvak van 1 januari tot en met 31 maart 1995 ter hoogte van ƒ156.987,--. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. De stichting ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag eveneens bevestigde.

Tegen deze uitspraak stelde de woningstichting cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij twee middelen werden aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën diende een vertoogschrift in, maar dit werd vanwege te late indiening niet in behandeling genomen.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 22 september 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de woningstichting wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft gehandhaafd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de stichting Woningstichting A te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 september 1998 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1995 tot en met 31 maart 1995 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 156.987,--, zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen van cassatie voorgesteld.
Op 16 juli 1999 is een vertoogschrift ingekomen van de Staatssecretaris van Financiën. Dit stuk is zozeer te laat ingediend dat erop geen acht wordt geslagen
3. Beoordeling van de middelen van cassatie
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (Hoge Raad 28 april 1999, 34016, Vakstudie Nieuws 1999, blz. 2177).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheer De Moor als voorzitter en de raadsheren Van Vliet en Hammerstein, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.