ECLI:NL:HR:1999:AA2883
Hoge Raad
- Cassatie
- De Moor
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting na beroep en cassatie
De woningstichting A te Z kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd voor het tijdvak van 1 januari tot en met 31 maart 1995 ter hoogte van ƒ156.987,--. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. De stichting ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag eveneens bevestigde.
Tegen deze uitspraak stelde de woningstichting cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij twee middelen werden aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën diende een vertoogschrift in, maar dit werd vanwege te late indiening niet in behandeling genomen.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 22 september 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de woningstichting wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft gehandhaafd.