ECLI:NL:HR:1999:AA2887

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34661
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • De Moor
  • Van Vliet
  • Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep cassatie tegen naheffingsaanslag omzetbelasting

Stichting Woningbouw A is een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd over het tijdvak van 1 januari 1995 tot en met 31 maart 1995. Na bezwaar is de aanslag verminderd tot een bedrag van ƒ 745.150,--. Tegen deze beslissing is beroep ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage, dat het besluit van de Inspecteur heeft bevestigd.

Vervolgens heeft Stichting Woningbouw A cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad en een middel van cassatie voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweer in, maar dit werd te laat ingediend en daarom niet in behandeling genomen.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel van cassatie niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens acht de Hoge Raad geen grond aanwezig voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt verworpen en het arrest is op 22 september 1999 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting Woningbouw A wordt verworpen zonder proceskostenveroordeling.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van Stichting Woningbouw A te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 22 juli 1998 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1995 tot en met 31 maart 1995 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag ten bedrage van ƒ 745.150,--.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel van cassatie voorgesteld.
Op 16 juli 1999 is een vertoogschrift ingekomen van de Staatssecretaris van Financiën. Dit stuk is zozeer te laat ingediend dat erop geen acht wordt geslagen
3. Beoordeling van het middel van cassatie
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (Hoge Raad 28 april 1999, 34016, Vakstudie Nieuws 1999, blz. 2177).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheer De Moor als voorzitter en de raadsheren Van Vliet en Hammerstein, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.