ECLI:NL:HR:1999:AA2904
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vennootschapsbelastingplicht stichting met winstoogmerk
Belanghebbende, een stichting opgericht in 1985, kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 1989. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de stichting met haar activiteiten en behaalde exploitatieoverschotten een onderneming drijft met winstoogmerk.
De stichting stelde in cassatie diverse middelen aan, waaronder het ontbreken van winstoogmerk, het ontbreken van concurrentie en het vertrouwensbeginsel. De Hoge Raad verwierp deze middelen omdat het Hof geen onjuiste rechtsopvattingen hanteerde en feitelijke waarderingen niet in cassatie kunnen worden getoetst.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat de brief van de Inspecteur geen definitieve toezegging inhield en niet aan de stichting was gericht. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het beroep af, waarmee de vennootschapsbelastingplicht van de stichting definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vennootschapsbelastingplicht van de stichting.