ECLI:NL:HR:1999:AA2918
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stakingsvrijstelling bij overdracht onderneming en privévermogen
Belanghebbende heeft per 1 januari 1994 zijn onderneming overgedragen met toepassing van artikel 17 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Twee bestanddelen, een personenauto en een garage, zijn niet in de overdracht begrepen en zijn tot het privévermogen van belanghebbende gaan behoren, waarbij een boekwinst van ƒ 10.958,-- is gerealiseerd.
Het geschil betrof de vraag of op deze boekwinst de stakingsvrijstelling van artikel 8, lid 1, letter d, van de Wet van toepassing is. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft dit ontkennend beantwoord, stellende dat de fictie van artikel 17 zich Pro niet beperkt tot de overgedragen onderneming.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de fictie van artikel 17 zich Pro uitstrekt over alle voorheen tot het ondernemingsvermogen behorende bestanddelen, ongeacht of deze in de overdracht zijn begrepen. De klacht dat het Hof ten onrechte zou hebben aangenomen dat de stakingsvrijstelling tweemaal wordt benut, mist feitelijke grondslag.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en acht geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de stakingsvrijstelling zich uitstrekt over alle bestanddelen die voorheen tot het ondernemingsvermogen behoorden.