ECLI:NL:HR:1999:AA2924
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake belastingaanslag privé-vermogen en ondernemingsvermogen
Belanghebbende was als beherend vennoot verbonden aan een commanditaire vennootschap en kocht in 1973 een pand dat hij tot zijn privé-vermogen rekende. De Inspecteur stelde dat een deel van het pand, de parterre, tot het verplicht ondernemingsvermogen behoorde. Na bezwaar en beroep stelde het hof het belastbaar inkomen lager vast dan de Inspecteur.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het vertrouwensbeginsel toepaste omdat de Inspecteur steeds duidelijk was over zijn standpunt dat de parterre ondernemingsvermogen was. Het enkele feit dat belanghebbende de aangiften volgde, was onvoldoende voor een beroep op vertrouwen. Het hof-arrest werd daarom vernietigd.
De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor nader onderzoek, met name over de inbrengwaarde van de parterre. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en liet de kostenvergoeding aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.