ECLI:NL:HR:1999:AA2930
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van Holding B.V., werd aanvankelijk aangeslagen op een belastbaar inkomen van f 150.000 voor 1990. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd op basis van een rekening-courantschuld van f 1.884.423 die in de jaarstukken van Holding B.V. was opgenomen. Het hof vernietigde de navorderingsaanslag deels en stelde het belastbaar inkomen vast op f 1.796.000.
In cassatie stelde belanghebbende dat de navorderingsaanslag niet bestond of niet correct was bekendgemaakt, maar de Hoge Raad verwierp dit omdat deze feiten niet eerder waren ingebracht. Het hof oordeelde dat de inspecteur pas na vragen over de vennootschapsbelasting bekend werd met het nieuwe feit dat de rekening-courantschuld een uitdeling van winst was en geen reële lening.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom dit feit als nieuw moest worden beschouwd, aangezien de geïntegreerde werkwijze van de belastingdienst sinds 1990 impliceert dat de inspecteur over de aangifte vennootschapsbelasting beschikte. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug voor nadere beoordeling. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere motivering over het nieuwe feit dat navordering rechtvaardigt.