ECLI:NL:GHAMS:2009:BK7188
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Geen naheffing loonbelasting bij ontbreken nieuw feit en ambtelijk verzuim
Belanghebbende, een BV met directeur en enig aandeelhouder de heer X, stelde in de jaren 1992 en 1993 salaris uit tot respectievelijk 2000 en 2001. Dit uitgestelde salaris werd op de balans opgenomen en opgerent. In 2000 en 2001 werd het salaris niet uitbetaald en is geen loonbelasting ingehouden of afgedragen.
De inspecteur legde in 2005 een naheffingsaanslag loonbelasting en een vergrijpboete op wegens vermeende kwade trouw en het niet tijdig aangeven van het salaris. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat er geen nieuw feit was dat navordering rechtvaardigde en dat er geen sprake was van kwade trouw.
Het hof oordeelde dat de inspecteur beschikte over de benodigde informatie in het entiteitsdossier, maar deze niet raadpleegde, wat een ambtelijk verzuim vormt. Hierdoor ontbrak het vereiste nieuwe feit voor navordering. Ook was er onvoldoende bewijs voor kwade trouw of opzet van belanghebbende.
Het hof vernietigde de naheffingsaanslag en boetebeschikking, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting en boetebeschikking worden vernietigd wegens ontbreken van een nieuw feit en ambtelijk verzuim.