ECLI:NL:HR:1999:AA3804
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Davids
- Bleichrodt
- Aaftink
- Van Buchem-Spapens
- Balkema
- Rechtspraak.nl
Gebruik van bloedonderzoek buiten DNA-doeleinden toegestaan bij rechtmatige afname
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin de verdachte was veroordeeld wegens medeplegen van doodslag, gekwalificeerde diefstal en poging tot diefstal met geweld. Het hof had het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken van de hoofdelijke tenlastelegging, maar veroordeelde hem tot twaalf jaar gevangenisstraf voor de overige feiten.
Centraal in het cassatieberoep stond de vraag of bloed, dat op bevel van de Rechter-Commissaris rechtmatig was afgenomen ten behoeve van DNA-onderzoek, ook mocht worden gebruikt voor een klassiek bloedvergelijkend onderzoek zonder toestemming van de verdachte. Het hof had dit toegestaan, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit een verkeerde rechtsopvatting was omdat art. 195d Sv en art. 138a Sv het bloedonderzoek beperken tot DNA-onderzoek.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde behandeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal en de uiteindelijke beslissing benadrukken dat het gebruik van het bloedmonster voor andere dan DNA-onderzoeken niet zonder meer is toegestaan, tenzij dit binnen dezelfde zaak en met hetzelfde doel plaatsvindt. De zaak behandelt ook de verhouding tussen wettelijke beperkingen en het recht op lichamelijke integriteit en privacy.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het het gebruik van bloedonderzoek buiten DNA-doeleinden betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.