ECLI:NL:HR:1999:AA3861
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrekbaarheid koopsom voor tijdelijk vruchtgebruik lijfrente
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 44.279,--. Tegen deze aanslag werd bezwaar gemaakt, dat door de inspecteur werd afgewezen. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of een bedrag van f 9.156,--, betaald als deel van de koopsom voor het tijdelijk vruchtgebruik van een lijfrente, aftrekbaar was als kosten. De vader van belanghebbende had in 1990 een lijfrenteverzekering afgesloten en het vruchtgebruik daarvan voor vijf jaar aan zijn kinderen verkocht. Belanghebbende ontving in 1992 de lijfrentetermijnen en betaalde eenzelfde bedrag als koopsom.
De Hoge Raad oordeelde dat het vestigen van een tijdelijk vruchtgebruik op een lijfrente gelijkgesteld moet worden met de verkoop van de te verwachten lijfrente-uitkeringen en dat de koopsom daarom als aftrekbare kosten in de inkomstenbelasting moet worden beschouwd. De eerdere rechtspraak over tijdelijk genotsrechten op effecten werd hierop toegepast. De uitspraak van het Hof en de inspecteur werden vernietigd en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 35.123,--.
De Hoge Raad wees tevens op het beperkte doel van artikel 31, lid 5, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, dat niet bedoeld is om de aftrekbaarheid van dergelijke kosten te ontzeggen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 15 december 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag door de koopsom voor het tijdelijk vruchtgebruik van de lijfrente als aftrekbare kosten te erkennen.