ECLI:NL:HR:1999:AA4525

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 februari 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33988
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • De Moor
  • Van Vliet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet op de omzetbelasting 1968Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting zonder nadere motivering

Stichting X te Z kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de omzetbelasting over de periode van 1 april tot en met 30 juni 1996 ter hoogte van ƒ 4.526,--. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Stichting X ging in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het besluit van de Inspecteur bevestigde.

Vervolgens stelde Stichting X cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij enkele klachten werden aangevoerd tegen het oordeel van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, aangezien geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af, omdat daarvoor geen gronden aanwezig waren. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de naheffingsaanslag definitief bleef gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 33988
17 februari 1999
gewezen op het beroep in cassatie van de Stichting X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 november 1997 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 april 1996 tot en met 30 juni 1996 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 4.526,-- aan enkelvoudige belasting, zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ‘s Hofs uitspraak beroep in cassa-tie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechts-ontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 17 februari 1999 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren De Moor en Van Vliet, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.