ECLI:NL:HR:1999:AA4794
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1992
Belanghebbende kreeg over het jaar 1992 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd, waarin een verhoging van 18.000 gulden was begrepen. Deze verhoging werd door een beschikking op grond van artikel 18, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen verminderd tot 9.000 gulden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof en bracht twee middelen naar voren. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Ten aanzien van proceskosten vond de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het beroep werd uiteindelijk verworpen, waarmee het arrest van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.