ECLI:NL:HR:2000:AA4056
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluiting aftrek omzetbelasting voor PC-privéproject werknemers
Belanghebbende, een fiscale eenheid, stelde in 1997 personal computers ter beschikking aan haar werknemers via een PC-privéproject. De werknemers betaalden een vergoeding over een periode van 36 maanden, waarna de computers eigendom werden van de werknemers. Belanghebbende bracht de omzetbelasting op de aanschaf van de computers in aftrek en rekende omzetbelasting af over de ontvangen vergoedingen.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, welke na bezwaar werd verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de aanslag. Het Hof oordeelde dat de computers aan werknemers werden verstrekt voor persoonlijke doeleinden en dat het bedrijfsbelang ondergeschikt was, waardoor het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 van toepassing was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Het Hof had terecht geoordeeld dat de levering van de computers een levering in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 was en dat de terbeschikkingstelling mede een loon in natura betrof. De Hoge Raad vond het oordeel van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk. Tevens wees de Hoge Raad de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de uitsluiting van aftrek omzetbelasting is van toepassing op het PC-privéproject.