ECLI:NL:HR:2000:AA4276
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Neleman
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van beding dat afwijkt van CAO bij overwerkvergoeding
Werknemer vorderde betaling van overwerkvergoeding op basis van de CAO Horecabedrijf, terwijl de arbeidsovereenkomst een afwijkende regeling bevatte die overwerk niet als zodanig erkende.
De kantonrechter kende de vordering toe, maar de rechtbank vernietigde dit en oordeelde dat het hogere salaris in de arbeidsovereenkomst de CAO-regeling verving. Werknemer ging in cassatie.
De Hoge Raad stelde vast dat volgens art. 12 Wet Pro op de collectieve arbeidsovereenkomst elk beding dat strijdig is met een toepasselijke CAO nietig is, tenzij het gunstiger is voor de werknemer. De rechtbank had onvoldoende onderzocht of het beding gunstiger was dan de CAO.
De Hoge Raad vernietigde daarom de vonnissen en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor nadere beoordeling, waarbij rekening moet worden gehouden met het aantal daadwerkelijk gewerkte overuren en de toepasselijkheid van de CAO.
De uitspraak benadrukt het belang van de wettelijke bescherming van werknemers via de CAO en de nietigheid van afwijkende bedingen die deze bescherming ondermijnen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van de overwerkvergoeding conform de CAO.