ECLI:NL:HR:2000:AA4526
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken vrijstelling voor bemiddelingsvergoeding
Belanghebbende, een besloten vennootschap, ontving een vergoeding van een hypotheekbemiddelaar voor het verwijzen van cliënten, zonder hierover omzetbelasting te voldoen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op. Na bezwaar en beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat haar prestaties verder gingen dan het verwijzen van cliënten naar de hypotheekbemiddelaar. Het Hof oordeelde terecht dat de vergoeding niet kwalificeert als bemiddeling inzake krediet zoals bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968. Dit oordeel is een waardering van feitelijke aard en niet in cassatie toetsbaar.
Het cassatiemiddel dat stelt dat al sprake is van bemiddeling bij het tot stand brengen van een overeenkomst faalt, aangezien de overeenkomst tussen belanghebbende en de hypotheekbemiddelaar niet ziet op kredietverstrekking. De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.