ECLI:NL:HR:2000:AA4528
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in vennootschapsbelastingzaak over ondernemerschap stichting
Belanghebbende, een stichting, kreeg voor het boekjaar 1991/1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende als onderneming in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kan worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de stichting deelneemt aan het maatschappelijke verkeer door het bevorderen van praktische opleidingen in de bouwnijverheid en het verlenen van subsidies, en dat zij met het oogmerk winst te behalen een onderneming drijft. Belanghebbende stelde echter dat zij geen prestaties verricht voor de gelden die zij ontvangt en uitsluitend geldelijke bijdragen verstrekt aan opleidingsinstellingen.
De Hoge Raad vond dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de stichting als onderneming moet worden aangemerkt en dat het hof de stelling van belanghebbende niet onbesproken had mogen laten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor nader onderzoek naar de aard van de activiteiten van belanghebbende en de vraag of deze een onderneming vormen.
De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor nader onderzoek naar het ondernemerschap van belanghebbende.