ECLI:NL:HR:2000:AA4717
Hoge Raad
- Cassatie
- Haak
- Bleichrodt
- Corstens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste uitleg beschermde vogels in Vogelwet 1936
In deze strafzaak werd verdachte vrijgesproken door het Gerechtshof te 's-Gravenhage van overtreding van artikel 7 van Pro de Vogelwet 1936, omdat het hof oordeelde dat de beschermde vogels niet van toepassing waren op ingevroren ringmussen van een ondersoort die buiten Europa legaal waren gedood.
De Procureur-Generaal stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste uitleg had gegeven aan het begrip "beschermde vogels" zoals bedoeld in de Vogelwet 1936. Volgens de Hoge Raad omvat dit begrip ook vogels van ondersoorten die zelf niet in Europa voorkomen, mits de soort of een andere ondersoort wel in Europa voorkomt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor hernieuwde berechting. Tevens werd vastgesteld dat de Procureur-Generaal ontvankelijk was in zijn cassatieberoep, ondanks dat het beroep gericht was tegen een vrijspraak.
De zaak betreft de import en handel in circa 60.000 ingevroren ringmussen (Passer montanus saturatus), een ondersoort van de in Europa beschermde soort Passer montanus. Het hof had de Vogelrichtlijn en jurisprudentie van het Hof van Justitie EU verkeerd geïnterpreteerd, wat leidde tot de onjuiste vrijspraak.
De Hoge Raad benadrukte dat ook dode vogels onder de bescherming van de Vogelwet vallen en dat de nationale wetgeving verdergaande bescherming biedt dan de Europese richtlijn, wat het hof had miskend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak wegens onjuiste uitleg van beschermde vogels en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Gerechtshof Amsterdam.