ECLI:NL:HR:2000:AA4733
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie Provincie Zuid-Holland tegen ondernemingsraden en gemeenten
De Provincie Zuid-Holland heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam, waarin voorlopige voorzieningen waren getroffen. De Ondernemingskamer had op 28 januari 1999 een beschikking gegeven die in de hoofdzaak werd vernietigd en de verzoeken van de ondernemingsraden werden afgewezen.
De Provincie en de ondernemingsraden hebben hun standpunten mondeling toegelicht, terwijl de gemeenten zich lieten vertegenwoordigen door een advocaat. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de Provincie in haar cassatieverzoek.
De Hoge Raad overweegt dat nu de beschikking van de Ondernemingskamer in de hoofdzaak is vernietigd en de verzoeken van de ondernemingsraden zijn afgewezen, de Provincie geen belang meer heeft bij haar cassatieberoep. Daarom verklaart de Hoge Raad de Provincie niet-ontvankelijk in haar beroep in cassatie.
De uitspraak is gedaan door de vice-president Jansen als voorzitter en raadsheren Van Brunschot, Hammerstein, Van Amersfoort, Lourens en vice-president Korthals Altes op 26 januari 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Provincie niet-ontvankelijk in haar beroep in cassatie wegens het ontbreken van belang.