ECLI:NL:PHR:2013:951
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het politieke primaat bij medezeggenschap over renovatie zwembad door stadsdeelraad
In deze zaak stond de reikwijdte van het politieke primaat zoals bedoeld in artikel 46d, aanhef en onder b, van de WOR centraal. Het Stadsdeel Zuid had besloten het De Mirandabad te renoveren en daarvoor een krediet van ruim vier miljoen euro beschikbaar te stellen. De Ondernemingsraad betwistte dit besluit en vorderde onder meer intrekking en verbod op uitvoering.
De Ondernemingskamer legde het Stadsdeel Zuid op het besluit in te trekken en verbood uitvoering, omdat het oordeel was dat het besluit niet onder het politieke primaat viel. Volgens de Ondernemingskamer moest de ondernemer concrete omstandigheden stellen waaruit politieke overwegingen blijken om het politieke primaat toe te passen.
De Hoge Raad oordeelde dat dit een te beperkte uitleg is. Het besluit tot renovatie en kredietverlening betreft onmiskenbaar beleid en de publiekrechtelijke vaststelling van taken van een democratisch orgaan, waarvoor het politieke primaat geldt. Het beroep op het politieke primaat vereist niet dat concrete politieke overwegingen worden gesteld, omdat de aard van het besluit zelf al een politieke afweging inhoudt.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de Ondernemingskamer en stelde dat het besluit van het Stadsdeel Zuid niet aan de medezeggenschap van de Ondernemingsraad onderworpen is. De zaak werd verwezen met het advies dat na verwijzing het verzoek van de Ondernemingsraad moet worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op het politieke primaat is terecht, waardoor het adviesrecht van de Ondernemingsraad niet geldt en het besluit tot renovatie en kredietverlening niet hoeft te worden ingetrokken.