ECLI:NL:HR:2000:AA4848
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Korthals Altes
- Urlings
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over ontvankelijkheid en noodzaak van vervroegde onteigening door gemeente
In deze zaak vorderde de gemeente Oirschot vervroegde onteigening van onroerende zaken ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting. De Rechtbank wees het verzoek tot tussenkomst van twee eisers af en sprak de vervroegde onteigening uit ten aanzien van de derde eiseres, waarbij een voorschot op schadeloosstelling werd vastgesteld.
In cassatie werd het beroep van de twee niet-tussenkomende eisers niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen partij waren in het onteigeningsgeding zelf. Het beroep van de derde eiseres richtte zich tegen het oordeel van de Rechtbank over de noodzaak van onteigening en de ernst van de onderhandelingen door de gemeente.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechter in een onteigeningsprocedure slechts toetst of het bestuursorgaan bij het onteigeningsbesluit redelijkerwijs tot het oordeel kon komen dat zelfrealisatie door de eigenaar niet mogelijk was, en dat nieuwe feiten na het besluit niet tot een zelfstandige toetsing leiden. Het bewijsaanbod van de eiseres was niet relevant en mocht worden afgewezen. Ook het middel over onvoldoende serieuze onderhandelingen faalde omdat de Rechtbank de correspondentie beoordeelde als voldoende serieus.
Het incidentele cassatieberoep van de gemeente werd niet behandeld vanwege het niet vervullen van de gestelde voorwaarden. De Hoge Raad verklaarde de twee eisers niet-ontvankelijk, verwierp het beroep van de derde eiseres en veroordeelde hen in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiseres en verklaarde twee eisers niet-ontvankelijk.