ECLI:NL:HR:2000:AA4896
Hoge Raad
- Cassatie
- D. Davids
- M. Van Buchem-Spapens
- J. Balkema
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid overtreding milieuvergunning mestbassin en verwerpt beroep op termijnoverschrijding en gewijzigd inzicht overheid
Verdachte exploiteerde een landbouwbedrijf met een mestbassin gebouwd vóór 1 juni 1987, waarvoor een milieuvergunning met voorschrift G9 gold dat het bassin afgedekt moest zijn. Hij werd veroordeeld voor het opzettelijk niet afdekken van het bassin.
In hoger beroep voerde verdachte aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn. Dit verweer werd door het hof verworpen omdat de totale duur van de procedure, mede gezien de complexiteit van de zaak, niet onredelijk was.
Daarnaast stelde verdachte dat het beleid van de minister van VROM, zoals geuit in een brief van 26 juli 1995, inhield dat de strafwaardigheid van het niet afdekken van oude mestbassins was komen te vervallen. De Hoge Raad bevestigde dat deze beleidswijziging geen wijziging van de wetgeving inhield en dat de vergunningplicht en het voorschrift G9 onverminderd van kracht bleven.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep op overschrijding van de redelijke termijn en het beroep op een gewijzigd inzicht van de overheid geen grond voor cassatie boden en verwierp het beroep van verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot geldboete en subsidiaire hechtenis blijft in stand.