ECLI:NL:PHR:2000:AA4896
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid niet-afdekken mestbassin gebouwd voor 1 juni 1987
In deze zaak werd verdachte veroordeeld door het gerechtshof voor het opzettelijk overtreden van een milieureglement door het niet afdekken van een mestbassin dat vóór 1 juni 1987 was gebouwd. Verdachte stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en voerde aan dat er sprake was van een gewijzigd inzicht in de strafwaardigheid van het feit, gebaseerd op nieuw beleid van de minister van VROM.
Het hof verwierp het verweer over de redelijke termijn omdat de totale duur van de procedure, inclusief voorbereiding en complexiteit van de zaak, niet onredelijk was. Ook het beroep op een verandering in strafwaardigheid werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat het Besluit mestbassins milieubeheer alleen van toepassing is op bassins na 1 juni 1987 en dat mestbassins van vóór die datum onder de vergunningplicht blijven vallen, inclusief de afdekverplichting.
De brief van de minister van VROM waarin werd aangegeven af te zien van een centrale wettelijke regeling voor oude bassins, leidde niet tot een vervallen van de vergunningplicht of strafbaarheid. De vergunning blijft het juiste instrument om milieugevaren te reguleren. Het hof oordeelde terecht dat het beleid van de minister niet heeft geleid tot een wijziging van de strafwaardigheid. De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt strafbaarheid en verwerpt cassatieberoep tegen veroordeling wegens niet-afdekken mestbassin.