ECLI:NL:HR:2000:AA4981
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting na beroep in cassatie
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor de periode van 25 oktober 1995 tot en met 24 januari 1996, inclusief een verhoging van 100%, waarvan een deel werd kwijtgescholden. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Tijdens het cassatieproces vernietigde de Inspecteur op verzoek van de Staatssecretaris van Financiën de naheffingsaanslag, waardoor het cassatieberoep feitelijk geen belang meer had omdat het niet tot een gunstiger uitkomst voor belanghebbende kon leiden.
De Hoge Raad stelde daarom het cassatieberoep buiten behandeling wegens gebrek aan belang. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbende.
De uitspraak werd gedaan op 1 maart 2000 door de vice-president en vier raadsheren, waarbij het arrest openbaar werd uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang omdat de naheffingsaanslag is vernietigd.