ECLI:NL:HR:2000:AA5221
Hoge Raad
- Cassatie
- J. Korthals Altes
- J. Zuurmond
- J. Pos
- J. Beukenhorst
- J. Monné
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aftrekbaarheid kosten werkkamer voor vermogensbeheer in inkomstenbelasting
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote en broer eigenaar van onroerende zaken, voerde in 1996 huurinkomsten en inkomsten uit dienstbetrekking op. Hij stelde aftrek van kosten voor een werkkamer in zijn gehuurde woning te kunnen claimen, die hij en zijn echtgenote uitsluitend gebruikten voor het beheer van hun verhuurde panden.
De Inspecteur betwistte het exclusieve gebruik van de werkkamer voor vermogensbeheer en de redelijkheid van het besluit tot het aanhouden van een afzonderlijke werkruimte. Het Hof wees de aftrek af, stellende dat de kosten niet hoger waren dan die van personen zonder inkomsten uit vermogen in vergelijkbare omstandigheden, en paste daarbij een forfaitair bedrag toe dat onjuist was vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 36 lid 1 sub b Wet Pro IB 1964 uitsluitend ziet op arbeidsinkomsten en winst uit onderneming, en niet op vermogensinkomsten. De forfaitaire regeling in artikel 36 lid 2 sub f is Pro wel algemeen en geldt ook voor vermogensbeheer. Indien de werkkamer nagenoeg uitsluitend voor vermogensbeheer wordt gebruikt, is aftrek van de forfaitaire kosten mogelijk zonder toepassing van het vergelijkingscriterium uit artikel 35.
Het Hof had ten onrechte het vergelijkingscriterium toegepast en de stellingen over het gebruik van de werkkamer onbesproken gelaten. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor herbeoordeling met inachtneming van deze maatstaven. Proceskostenveroordeling wordt afgewezen, maar belanghebbende krijgt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor herbeoordeling met juiste toepassing van aftrekregels voor werkkamerkosten bij vermogensbeheer.