ECLI:NL:HR:2000:AA5297
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen omzetbelastingheffing op ontvreemde tabaksproducten bij accijnsbetaling
Belanghebbende, een besloten vennootschap met een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, deed aangifte van diefstal van grote hoeveelheden sigaretten en tabak. Hoewel accijns over deze producten was voldaan, legde de Inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting op. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze aanslag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris van Financiën stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad bevestigde dat artikel 28 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 uitsluitend ziet op levering, intracommunautaire verwerving en invoer van tabaksproducten en dat omzetbelasting niet kan worden geheven over feiten die leiden tot accijnsheffing.
De Hoge Raad verwierp het standpunt van de Staatssecretaris dat de omzetbelasting op dezelfde voet als de accijns geheven zou moeten worden. Ook werd geoordeeld dat Nederland niet in strijd met de Zesde richtlijn heeft gehandeld. De kosten van het cassatiegeding werden aan de zijde van belanghebbende aan de Staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de cassatieberoepen af en bevestigt dat geen omzetbelasting verschuldigd is over ontvreemde tabaksproducten waarvoor accijns is betaald.