ECLI:NL:PHR:2000:AA5297
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen omzetbelastingheffing bij diefstal van tabaksproducten
Deze zaak betreft een geschil over de heffing van omzetbelasting op tabaksproducten die uit een accijnsgoederenplaats zijn ontvreemd. De belanghebbende, een onderneming met vergunning voor een accijnsgoederenplaats, had accijns voldaan over de ontvreemde tabaksproducten, maar geen omzetbelasting. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, welke door het Hof werd vernietigd.
De Hoge Raad bevestigt dat de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968) omzetbelasting alleen heft bij levering, intracommunautaire verwerving of invoer van tabaksproducten. Diefstal van tabaksproducten leidt niet tot een belastbaar feit in de zin van de Wet OB 1968, ook al is er accijns verschuldigd wegens uitslag. De tekst en toelichting van artikel 28 Wet Pro OB 1968 laten geen ruimte voor een ruimere uitleg die omzetbelasting bij diefstal zou rechtvaardigen.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het Hof terecht de naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigde en dat de proceskostenvergoeding volgens de fiscale regels correct is toegekend. De klachten van beide partijen worden verworpen, waarmee de naheffingsaanslag definitief onjuist wordt geacht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wegens diefstal van tabaksproducten wordt vernietigd; omzetbelasting is niet verschuldigd zonder levering.