ECLI:NL:HR:2000:AA5321
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Kop
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inkorting bij verkoop onder vruchtgebruik en adviesnotariële aansprakelijkheid
Eiser vorderde schadevergoeding van verweerder, een notaris, wegens onrechtmatig handelen bij de advisering van zijn ouders over de verkoop van een perceel bouwland onder voorbehoud van vruchtgebruik. Eiser stelde dat deze constructie, op grond van artikel 4:969 BW Pro, het perceel onverkoopbaar maakte en dat hij risico liep op financiële inkorting door kwalificatie als materiële schenking.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af. Het hof oordeelde dat er sprake was van een substantiële tegenprestatie en dat de koopprijs de werkelijke waarde van het perceel weerspiegelde, waardoor geen inkorting in natura kon ontstaan. Ook was er geen aanwijzing voor bevoordeling van eiser. Het hof verwierp het subsidiaire verweer van eiser.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat artikel 4:969 BW Pro slechts beperkt toepassing verdient en dat bij betaling van een substantiële tegenprestatie geen inkorting in natura ontstaat. Het hof had terecht geoordeeld dat er geen gevaar voor inkorting bestond en dat de koopprijs objectief was vastgesteld. Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.