ECLI:NL:HR:2000:AA5400
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- raadsheer O. de Savornin Lohman
- raadsheer Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verwijdering dam en herstel oude toestand afgewezen wegens ontbreken rechtens te respecteren belang
Eiser vorderde primair schadevergoeding en subsidiair verwijdering van een door verweerder aangelegde dam in een sloot tussen percelen, welke gebruikt werd om via een weg (Trimunterweg) het perceel te bereiken. De Kantonrechter wees de vorderingen af, en de Rechtbank Groningen bekrachtigde dit oordeel, stellende dat eiser geen rechtens te respecteren belang had bij verwijdering van de dam.
De Rechtbank baseerde dit op de akte uit 1951 waaruit bleek dat de Trimunterweg was aangelegd als sintelweg ten behoeve van eigenaren van aangrenzende percelen, met een onderhoudsverplichting voor deze eigenaren, waaronder ook de rechtsvoorganger van verweerder. Tevens werd meegewogen dat verweerder een groot belang had bij het gebruik van de weg voor exploitatie van zijn land.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de Rechtbank onbegrijpelijk was omdat vaststond dat verwijdering van de dam zou betekenen dat verweerder niet meer via de Trimunterweg zou kunnen uitwegen, hetgeen niet in geschil was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden voor verdere behandeling, waaronder de vraag of verweerder mocht terugkomen op zijn toezegging tot verwijdering van de dam.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank Groningen wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Leeuwarden voor verdere behandeling.