ECLI:NL:HR:2000:AA5524
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- raadsheer Kop
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugkeer van minderjarige kinderen naar vader na geschil over ouderlijk gezag
In deze civiele zaak stond de terugkeer van twee minderjarige kinderen centraal, waarbij de moeder in cassatie ging tegen een beschikking van het Gerechtshof Leeuwarden. De vader had bij de Rechtbank Assen verzocht om teruggeleiding van de kinderen naar hun gewone verblijfplaats of afgifte aan hem, hetgeen de rechtbank had bevolen. De moeder stelde zich daartegen, waarna het hof de beschikking van de rechtbank vernietigde maar alsnog de terugkeer van de kinderen naar de vader gelastte.
De moeder stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda, die tot verwerping van het beroep strekte. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van de moeder onvoldoende waren om het hofbesluit te vernietigen.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de terugkeer van de kinderen naar de vader zonder verdere vertraging kan plaatsvinden. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2000.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de terugkeer van de minderjarige kinderen naar de vader bevestigd.