ECLI:NL:PHR:2000:AA5524
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongeoorloofde achterhouding kinderen en teruggeleiding naar VS
De vrouw en de man zijn gehuwd en hadden twee kinderen met hun gewone verblijfplaats in Illinois, VS. De vrouw nam de kinderen mee naar Nederland voor familiebezoek en bleef daar na afloop van de bezoekperiode. De man verzocht de teruggeleiding van de kinderen via de Centrale Autoriteiten.
De vrouw betwistte de teruggeleiding primair met het verweer dat de man instemde met het niet terugkeren van de kinderen, en subsidiair met een beroep op een weigeringsgrond wegens risico op lichamelijk of geestelijk gevaar voor de kinderen. Zowel de rechtbank als het hof verwierpen deze verweren en gelastten de terugkeer.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat geen ondubbelzinnige instemming of berusting van de man was met het niet terugkeren van de kinderen. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het belang van het kind bij verzorging door de moeder geen relevante weigeringsgrond is onder het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de teruggeleiding van de kinderen naar de Verenigde Staten bevestigd.