ECLI:NL:HR:2000:AA5550
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afschrijvingstermijn goodwill en weigert toepassing ruilarresten bij verkoop apotheek
Belanghebbende exploiteerde sinds 1986 een apotheek in de vorm van een eenmanszaak en koos ervoor om de bij overname verworven goodwill in tien jaar af te schrijven. In 1994 verkocht hij de apotheek waarbij een bedrag voor goodwill werd bedongen. Tevens ging belanghebbende een maatschap aan met een B.V., waarbij voor de verworven goodwill een bedrag werd betaald.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de afschrijvingstermijn van de bij het aangaan van de maatschap verworven goodwill eveneens tien jaar bedroeg. Tevens stelde het Hof vast dat de exploitatie van de apotheek in de nieuwe locatie een nieuwe onderneming betrof, waardoor de zogenoemde ruilarresten niet toepasbaar waren.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, onder meer over de toepasselijkheid van de ruilarresten en de afschrijvingstermijn. De Hoge Raad verwierp het beroep, overwegende dat het oordeel van het Hof over de afschrijvingstermijn een feitelijke waardering betreft die niet onbegrijpelijk is en dat het oordeel over het nieuwe ondernemerschap juridisch juist is.
Ook de proceskostenveroordeling werd afgewezen. Het arrest werd op 19 april 2000 openbaar uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de uitspraak van het Hof Amsterdam.