ECLI:NL:HR:2000:AA5625
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over fiscale behandeling pensioenovereenkomst en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had haar werknemers pensioentoezeggingen gedaan die waren vastgelegd in een pensioenreglement. De verplichtingen uit dit reglement werden ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij via een collectieve verzekeringsovereenkomst, waarbij een depotrekening werd gevoerd waarop een aandeel in overrente werd geboekt.
De Inspecteur stelde bij de aanslag vennootschapsbelasting 1989 dat belanghebbende niet zowel het tegoed op de depotrekening buiten beschouwing mocht laten als de contante waarde van de inhaalpremies ten volle mocht passiveren. Het Hof bevestigde dit standpunt en wees het beroep van belanghebbende af.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof het standpunt van de Inspecteur niet juist heeft gemotiveerd en vernietigt het arrest. Tevens wijst de Hoge Raad het geding terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van de overwegingen in dit arrest.
De Hoge Raad wijst erop dat uitlatingen van de Staatssecretaris als medewetgever geen in rechte te beschermen vertrouwen opleveren en dat de enkele omstandigheid dat de Rijksbelastingdienst tot 1992 geen correcties aanbracht, daaraan niet afdoet.
De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en belanghebbende krijgt vergoeding van het griffierecht toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.