ECLI:NL:HR:2000:AA5656
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. Van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van klager in beklag tegen weigering vervolging ministers wegens ambtsmisdrijven
Klager diende een beklag in bij het Gerechtshof Amsterdam tegen de weigering van de Officier van Justitie om de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Verkeer, Ruimtelijke Ordening en Milieu te vervolgen wegens vermeende ambtsmisdrijven.
Het Hof verklaarde zich onbevoegd om op het beklag te beslissen en verwees de zaak naar de Hoge Raad. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van klager.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het beklag betrekking heeft op strafbare feiten waarvan de Hoge Raad in eerste aanleg kennis neemt, de opdracht tot vervolging van ambtsmisdrijven alleen kan worden gegeven door Koninklijk Besluit of de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De Hoge Raad is niet bevoegd tot het geven van een dergelijke vervolgingsopdracht, waardoor het beklag kennelijk niet-ontvankelijk is.
De Hoge Raad verklaarde klager niet-ontvankelijk in zijn beklag en bepaalde dat oproeping van klager achterwege kon blijven. De beschikking werd gegeven door de raadsheren R. Herrmann (voorzitter), A.E.M. Van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers en in het openbaar uitgesproken door W.H. Heemskerk op 28 april 2000.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag wegens gebrek aan bevoegdheid van de Hoge Raad tot het geven van een vervolgingsopdracht.