ECLI:NL:HR:2000:AA5730
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aanhoudingsverzoek wegens onvoldoende onderbouwing ziekteverzuim verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin de verdachte werd vrijgesproken van twee tenlasteleggingen en veroordeeld voor verduistering. Tijdens de behandeling in hoger beroep verzocht de raadsman van de verdachte om aanhouding van de zitting wegens ziekte (griep met hoge koorts) van de verdachte. Dit verzoek werd door het hof afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een medische verklaring.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel het aanwezigheidsrecht van de verdachte op grond van artikel 6 EVRM Pro belangrijk is en in principe aanhoudingsverzoeken bij ziekte moeten worden ingewilligd, bijzondere omstandigheden het belang van een behoorlijke en tijdige strafvordering kunnen laten prevaleren. In deze zaak was het verzoek onvoldoende onderbouwd en had de verdachte geen maatregelen getroffen om bereikbaar te zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel niet onbegrijpelijk heeft genomen en dat het cassatiemiddel faalt. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof oordeelde terecht dat het verzoek tot aanhouding wegens ziekte onvoldoende was onderbouwd.