ECLI:NL:PHR:2000:AA5863
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggave en rente bij vernietigde inbeslaggenomen kalveren
In deze zaak gaat het om twee hoofdvragen: of de burgerlijke rechter gebonden is aan de waardering van een taxateur bij teruggave van strafvorderlijk inbeslaggenomen goederen die inmiddels vernietigd zijn, en of een gedaagde die een vonnis in eerste aanleg heeft uitgevoerd aanspraak heeft op wettelijke vertragingsrente wanneer dat vonnis in hoger beroep wordt vernietigd.
De feiten betreffen de inbeslagname van 51 mestkalveren waarvan monsters positief waren bevonden op mapenterol, een verboden groeibevorderaar. De kalveren werden vernietigd na machtiging door de rechtbank. De taxateur schatte de waarde van de kalveren op f 90.750,-. Eiser werd strafrechtelijk vrijgesproken. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe gebaseerd op de taxatiewaarde, maar het hof stelde de waarde op nihil vanwege het verbod op verhandeling van de kalveren en wees de vordering af.
De Hoge Raad bevestigt dat de burgerlijke rechter gebonden is aan de waardering van de taxateur volgens het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen en dat afwijking daarvan niet zonder meer is toegestaan. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat wettelijke rente bij terugvordering van onverschuldigde betaling pas verschuldigd is vanaf het moment dat de ontvanger in gebreke is gesteld, en dat eiser niet te kwader trouw was. De conclusie is dat het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de waardering van de taxateur is bindend en wettelijke rente is pas verschuldigd na ingebrekestelling.