ECLI:NL:HR:2000:AA6122
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over waardering aandelen bij verkoop en verwijst zaak terug
Belanghebbende verkocht in 1992 bijna alle aandelen in A B.V. aan een vennootschap van zijn zoon voor een bedrag van 1 miljoen gulden, waarvan een groot deel schuldig bleef. Later werd de verkoopprijs met terugwerkende kracht verlaagd naar 40.000 gulden. Het Hof had geoordeeld dat sprake was van onzakelijke transacties en bepaalde de waarde van de aandelen op 680.000 gulden, uitsluitend gebaseerd op de rentabiliteitswaarde.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door alleen de rentabiliteitswaarde mee te wegen, terwijl de waarde in het economische verkeer ook de intrinsieke waarde moet omvatten, eventueel gecorrigeerd voor over- of onderrentabiliteit. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof te ’s-Gravenhage voor nieuwe beoordeling.
De Hoge Raad bevestigt dat de intrinsieke waarde van de aandelen door het Hof juist was vastgesteld op 1.250.000 gulden en dat de rentabiliteitswaarde van 680.000 gulden op redelijke aannames is gebaseerd. De verdere beoordeling van de waarde en de fiscale gevolgen dient het Hof opnieuw te doen met inachtneming van dit arrest. Proceskostenveroordeling wordt niet uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de juiste waarderingsgrondslagen.