ECLI:NL:HR:2000:AA6199
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Vernietiging Hofuitspraak inzake naheffingsaanslag omzetbelasting en bewijsomkering
Belanghebbende exploiteerde een shoarma-grillroom en kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1988-1992. De Inspecteur stelde vast dat belanghebbende zijn ontvangsten niet dagelijks registreerde tot 1991 en dat inkopen bij een vleesgroothandel niet in de administratie voorkwamen.
Het Hof handhaafde de aanslag voor 1988-1990 met toepassing van omkering van de bewijslast, omdat belanghebbende niet voldeed aan administratieve verplichtingen, en wees het beroep af. Voor 1991-1992 werd de aanslag verminderd.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet dagelijks registreren van ontvangsten op zichzelf onvoldoende is voor omkering van de bewijslast. Het Hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de enkele formele onvolkomenheid tot bewijsomkering leidde. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nadere behandeling. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug vanwege onjuiste toepassing van de bewijsomkering.