ECLI:NL:HR:2000:AA6258
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- J.L.M. Urlings
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot machtiging indienen bezwaarschrift landinrichtingsrente 1992
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag opgelegd in de landinrichtingsrente. Hij diende op 27 december 1993 een verzoek in bij de Voorzitter van de Eerste Meervoudige Belastingkamer van het Hof om alsnog binnen een termijn een bezwaarschrift in te dienen tegen deze aanslag. Dit verzoek werd bij beschikking van 29 augustus 1997 afgewezen. De Inspecteur verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk, wat door het Hof werd bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof. Hij voerde aan dat het Hof had moeten onderzoeken of de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar was, mede op grond van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Hoge Raad oordeelde dat dit artikel niet van toepassing was omdat de aanslag dateert van vóór 1 januari 1994, de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
Daarnaast stelde belanghebbende dat het Hof de afwijzende beschikking van de Voorzitter had moeten toetsen op juistheid en rechtmatigheid. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat het Hof terecht geen onderzoek naar de verschoonbaarheid had verricht. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot machtiging tot het indienen van een bezwaarschrift tegen de aanslag landinrichtingsrente 1992.