ECLI:NL:HR:2000:AA6308
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor moord en poging tot moord ondanks psychisch overmachtverweer
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die door het Gerechtshof Amsterdam is veroordeeld voor moord en meervoudige pogingen tot moord op zijn kinderen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte veroordeeld tot acht jaren gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en verpleging.
De verdachte voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van voorbedachte raad en dat hij ontoerekeningsvatbaar zou zijn vanwege psychische overmacht veroorzaakt door voodoo-invloeden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijsmiddelen en verklaringen voldoende had gewogen en dat het oordeel over voorbedachte raad niet onbegrijpelijk was. Ook het verweer van psychische overmacht werd verworpen omdat het hof aannemelijk had gemaakt dat eventuele voodoo-invloeden niet tegen de slachtoffers waren gericht.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep faalt en dat geen reden bestaat om het arrest van het hof te vernietigen. Het hof heeft met redenen omkleed geoordeeld en de bewezenverklaringen zijn naar de eis der wet vastgesteld. Het beroep wordt dan ook verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf met terbeschikkingstelling voor moord en poging tot moord.