ECLI:NL:HR:2000:AA6316
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing fiscale eenheid omzetbelasting wegens ontbreken financiële verwevenheid
Belanghebbende, een fiscale eenheid voor de omzetbelasting actief in organisatie-advies, had bezwaar gemaakt tegen een beschikking van de Inspecteur waarin werd vastgesteld dat geen fiscale eenheid bestond met de aandeelhouders van A B.V. Dit bezwaar werd afgewezen en het Hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van financiële verwevenheid tussen belanghebbende en de personal holdings die de aandelen hielden. Het Hof oordeelde dat deze verwevenheid ontbrak omdat de aandelen in de personal holdings in handen waren van verschillende natuurlijke personen en de financiële positie van de holdings onafhankelijk was van elkaar.
De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van het Hof geen onjuiste uitleg gaf aan artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en dat feitelijke waarderingen niet in cassatie getoetst kunnen worden. Daarom werd het cassatieberoep verworpen. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het Hof bevestigd dat geen fiscale eenheid bestaat wegens ontbreken van financiële verwevenheid.